Menu Filter
Filter restaurants

ElVi In de Lekker gids

ElVi
Het klassieke van Frankrijk, het pure van Italië en het Bourgondische van België

Verslag van Ton de Zeeuw over ElVi
Eindelijk succes voor Utrechtse restaurateurs
Onvermoede keuzes bij Elvi.
Sympathiek paar, daar in Utrecht. We zijn bij Victor Fielmich en Elvira Kemman die
hun voornamen in de naam van hun restaurant verweefden: Elvi. Vijfenhalf jaar zitten
ze nu aan de hoofdverkeersweg van de in de stijl van de Amsterdamse School
opgetrokken Schildersbuurt en enige pech was hun deel. Immers, de crisis brak uit op
het moment dat zij de deur van hun verbouwde pand openwierpen, en toen het met de
economie net weer iets beter ging vond de gemeente het nodig de straat door
opbrekingen een half jaar onbereikbaar te maken.
Gelukkig hebben die twee elkaar én een groot gevoel voor
relativerende humor. De zaak draait nu eindelijk goed.
Victor en Elvira, nu chef-kok en gastvrouw-sommelier, komen
oorspronkelijk uit de bediening. Hij uit restaurants in Noord-
Holland, zij uit de provincie Utrecht en hun ontmoetingsplek
was . . . Oostenrijk. Waar ze onafhankelijk van elkaar een
baantje zochten in het wintersportoord Gerlos
en elkaar, eh, tegen het lijf liepen. Poeh! Hoort
u de violen al strijken? De rozengeur en maneschijn
aanzwellen? Wat een mooi gegeven voor
een roman, je zou zo maar . . .
Ter zake. Wat beide horecakinderen gemeen
hadden, was het verlangen naar een eigen zaak,
hij iets als De Kleine Prins in Bergen, zij iets in
Nieuwegein. Het werd dus hun huidige stek in
Utrecht. Na een tip van een vriend van een
collega van een buurman van de neef van de
fietsenmaker. Of zoiets.
De bank – een vergeten, maar toentertijd populair
instituut dat het doorgaans goed meende met
ondernemers – was gul en na enige schilderwerk kon
het horeca-avontuur beginnen. Muurbanken en
plankenvloer, lichthouten stoelen, open keuken, nissen
met zonnebloemen en buiten een charmant terras met
oranje zitkuipjes en witte tafels.
Dáár wilden wij zitten, middenin het gewoel van de
grote stad. De amuse was meteen een aangename: een
blini met tapioca erop met crème fraîche, zoete gember en gepickelde wortel. Gevolgd door
pulpo met paprika, citroen en vinaigrette van Provençaalse kruiden, een niet alledaags
mediterraan voorgerecht. De octopus in kokend water gedompeld, daarna in eigen vocht met
kruiden gegaard, erin afgekoeld en in terrinevorm aangevroren. Daarvan flinterdunne plakken
gesneden die werden opgediend met geroosterde rode
puntpaprika, gegrilde coquille, pimentcrème, en
groene paprika. Mooi zeg!
Siciliaans
Elvira – prachtige wijnen op haar kaart – schonk er
frisse Siciliaanse Grillo bij (Centonze, Marsala). Verrassende
wijnkeus. Ook bij de salade van fijngehakte
aardappel met krokante pata negra en gebakken
zwezerik daarna. Vooral ook smakelijk door de in
zonnebloemolie gebakken bloedworstplakken. Er was
zwarte citroenmayonaise bij, anijscress en waterkers.
En in het glas: Vernatsch uit Zuid-Tirol (St. Madalener).
Onvermoed was ook het tweede tussengerecht:
slakken, gebakken in olijfolie en geserveerd in een
aardewerkbakje met een salsa van room, sjalot,
paprika, peper, gerookte knoflookolie, tomaat,
geraspte gember en fleur de sel. Knoflookcroutons
erbij en een bloemig glas viognier (Sérame) uit de
Pays d’Oc. Ouderwets lekker.
Het hoofdgerecht was ossenhaas, de filets om en om in olie en geklaarde boter gebakken en
opgediend met dubbelgedopte tuinboontjes en puree van truffelaardappel. Mals en sappig
vlees, romige puree (opgeklopt met peper, zout, boter, melk
en rodewijnazijn). En een passende rode wijn van cabernetdruiven:
Le p’tit Roubié uit de Languedoc. Smakend naar
kersen en frambozen.
Mmm! Ook de chocoladeganache tot besluit. Een taartbodem
van pistache met donkere chocolade en een laagje
witte chocolade met verveine erop. En kersen met crème
anglaise. Stevig en heerlijk. Plus een glaasje Black Muscat.
Smullen daar, in Utrecht-West.
TON DE ZEEUW